Ontstaansgeschiedenis van de Commissie Accreditering Nascholing CAN

Voor de roots van de CAN moeten we teruggaan naar 1991, het jaar waarin de SHONA, de Stichting Huisartsen Opleiding Nederlandse Antillen, werd opgericht. Dick Braakman, gouvernementshuisarts, zette zich daar erg voor in. Toen hij eind 1995 door het Eilandgebied halftime werd uitgeleend aan het Land om zich volop aan het opzetten van een huisartsenopleiding te kunnen gaan wijden kon hij ook meer aandacht aan het accrediteren van nascholing voor huisartsen gaan geven.  

                - door Irene Braakman –


Een van de doelstellingen van SHONA was, naast het opzetten van een huisartsenopleiding, namelijk ook het regelen en accrediteren van verantwoorde huisartsennascholing. Braakman betrekt in de middaguren een kantoortje op het terrein van de UNA en gaat voortvarend aan de slag, met de opleidingsplannen, maar ook met nascholing. Hij komt in contact met Marijke Bootsma-de Langen, huisarts en stafmedewerker Accreditering van de Landelijke Huisartsen vereniging LHV en via haar met de Commissie voor Accreditatie Huisartsen, CvAH, van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering van de Geneeskunde, de KNMG. Vanaf 1997 stuurt Braakman overzichten van geplande nascholingscursussen naar Marijke Bootsma. Als ze accoord gaat met de cursussen kent zij ze  een code toe. Daarmee geeft ze blijk van erkenning van de kwaliteit van de nascholing. Braakman hanteert strenge eisen t.a.v. het toekennen van accreditering en erkenning vindt eigenlijk in alle gevallen plaats. Een aardige bijkomstigheid is dat Bootsma in 1997 deel neemt aan het huisartsencongres dat de NASKHO in samenwerking met de Curaçaose Huisartsen Vereniging CHV organiseert. Ze kan zo kennis maken met Curaçao en de lokale huisartsen. Binnen de CHV is intussen een nascholingscommissie actief, die de aangeboden nascholingsmogelijkheden inventariseert en die ook een programma voor eigen nascholingscursussen maakt. In 2003 stelt Braakman een accrediteringsprotocol op waarin duidelijke regels en voorwaarden voor accreditering zijn vastgelegd. Artsenbezoekers, vaak de aanbieders van cursussen, worden van deze regels op de hoogte gebracht. Reclame maken is niet toegestaan, er mogen geen productnamen worden genoemd, en er moet een presentielijst worden bijgehouden, waarop duidelijk te zien is wie de cursus hebben bij gewoond.  Accreditering moet geruime tijd voor de geplande datum van de cursus worden aangevraagd.  Verwerking van de gegevens kost nu eenmaal tijd. Aanvragen van accreditering moeten van te voren worden betaald.

Hetty Best komt Dick in 2003 helpen. Samen vormen ze de z.g. accrediteringscommissie. Hetty verwerkt alle gegevens in een speciaal voor dat doel aangeschaft computerprogramma, Acropolis, en houdt overzichten bij van degenen die cursussen hebben gevolgd. Met behulp van het computerprogramma is het mogelijk voortaan individuele overzichten te produceren van de gevolgde cursussen met vermelding van het aantal punten die dat oplevert. Voor de huisartsen met een Nederlandse registratie, die moeten kunnen aantonen dat ze over een periode van 5 jaar 200 uur nascholing hebben gevolgd, is dit natuurlijk erg fijn. Zij kunnen hun nascholing op het eiland volgen en zijn niet langer genoodzaakt die persé elders te gaan volgen. Leden van de CHV kunnen een dergelijk overzicht gratis aanvragen. Hoewel al vanaf 1997 overzichten van alle aangeboden en geaccrediteerde cursussen zijn bijgehouden, heeft de accreditering nog steeds geen officiële status. Om dat nu te bewerkstelligen wordt Marijke Bootsma gevraagd of zij de accrediteringscommissie wil komen visiteren. Dat gebeurt in 2004. Bootsma is overtuigd van de kwaliteit van het werk dat zowel de accrediterings- als de nascholingscommissie doen en als beloning mag de accrediteringscommissie, weliswaar onder de paraplu van de KNMG, voortaan zelf cursussen accrediteren. Bootsma adviseert bij het plannen van cursussen gebruik te gaan maken van z.g. DKB-pakketten. DKB staat voor deskundigheidsbevordering. Ze zal er zorg voor dragen dat deze  naar Curaçao worden opgestuurd.

Op 15 februari 2005 wordt de Commissie Accreditering Nascholing opgericht. De commissie krijgt hiermee een officiële status. De doelstellingen, taken en regelingen worden in een aantal officiële documenten vastgelegd, evenals het vernieuwde accreditatieprotocol. Daarin is nu ook opgenomen dat een nascholingsonderwerp huisartsgeneeskundig relevant moet zijn, dat de nascholingsactiviteit didactisch en presentatie-technisch verantwoord moet zijn, dat er leerdoelen, evaluatiemomenten, takehome messages en bij voorkeur interactieve onderdelen moeten zijn. Artsenbezoekers krijgen het vernieuwde protocol toegestuurd. De werkzaamheden van zowel de accrediterings- als de registratiefunctionaris worden eveneens omschreven en vastgelegd. Lieske Hené, bureaumanager en accrediteringsfunctionaris van de KNMG, stelt de CAN alle belangrijke stukken met betrekking tot accreditering ter beschikking. Afgesproken wordt dat bij twijfel (over accrediteerbaarheid van een door derden aangeboden cursus) altijd overleg gepleegd kan worden met Nederland, maar in principe vindt de accreditering nu lokaal plaats.

In 2005 ondertekent de SVB een z.g. Convenant met de CHV. Door deze overeenkomst worden huisartsmedewerkers van de SVB verplicht om in 2005 een minimum van 10 uur nascholing te volgen. Het ligt in de bedoeling het aantal uren in de loop van 3 jaar op te voeren tot 40 uur per jaar. Het BZV zal dit voorbeeld volgen, zij het pas in 2007. Met ingang van 2006 moeten SVB-medewerkers een overzicht overleggen van de in 2005 gevolgde nascholing. Afgesproken wordt ook dat alleen een door de CAN gemaakt overzicht bij de SVB (en later ook het BZV) geaccepteerd zal worden. Als de CAN in 2006 nogmaals wordt gevisiteerd, ditmaal door Josse Rutten, wordt ze volwassen verklaard en, na 12 jaar, erkend. In augustus 2007 komt het bericht dat de KNMG de CAN met terugwerkende kracht tot 1 januari 2007 een z.g. IA 06-440 erkenning verleent. Dat is een groots moment. Lieske Hené stuurt namens het Bureau Accreditering van de KNMG alle officiële papieren (met voorwaarden en regels) op. Dick is nu officieel een Perifere Accreditatie Medewerker, een z.g. PAM. In Nederland wordt intussen alle bijgewoonde nascholing in GAIA - Gemeenschappelijke Accreditatie Internet Applicatie - ingevoerd. Met een persoonlijke code is het mogelijk daarop in te loggen om zo een overzicht te krijgen van het aantal behaalde punten. Hetty gaat de nascholingsgegevens ook inbrengen in GAIA. Voor huisartsen op Curaçao met een Nederlandse registratie kunnen voortaan ook inloggen in GAIA. Het BZV tekent in 2007 ten langen leste ook een convenant met de CHV. Over 2007 moeten 30 uur overlegd kunnen worden. In 2008 zal het maximale aantal van 40 uur zijn bereikt.

In de periode na de officiële erkenning volgt in Nederland nieuwe regelgeving elkaar snel op. Een van de nieuwe vereisten is nascholing in toetsgroepen. Er komen voorwaarden en regels voor toetsgroepen. Het wordt steeds duidelijker dat frontale cursussen passé zijn. Uit onderzoek is gebleken dat je daar maar erg weinig van op steekt. De betrokkenheid bij en impact van nascholing op de cursisten is het grootst als er discussies gevoerd worden en als er vaardigheden geoefend moeten/kunnen worden. En helemaal als de cursist zelf het geleerde moet overbrengen aan anderen. Omdat er mensen nodig zijn die zo’n toetsgroep op een verantwoorde manier kunnen begeleiden komt er een  opleiding voor z.g. EKC’s, Erkende Kwaliteits Consulenten. Het ligt in de bedoeling zo’n cursus ook naar Curaçao te halen. Het duurt even voor het zover is maar begin 2013 krijgt het uiteindelijk zijn beslag en zal er een basis EKC cursus voor belangstellende huisartsen door leden van het Nederlandse Huisartsen Genootschap, het NHG, gegeven worden.

Vanaf het moment dat de CAN is erkend door de KNMG stijgt het aantal aangeboden en geaccrediteerde cursussen substantieel. Waren het er in de jaren 1997 tot 2007 plm. 20 per jaar, nu verdubbelt het aantal zich (minimaal). In de periode 1997 tot en met 2009, 13 jaar in totaal, zijn 436 cursussen geaccrediteerd, gemiddeld 33 per jaar. Sinds de oprichting van de CAN in 2005 vindt financiering plaats vanuit de CHV, de SVB en sinds 2007 ook het BZV. Dat gebeurt door middel van een jaarlijkse bijdrage. Voor het maken van de jaarlijkse overzichten ten behoeve van de SVB en het BZV moet door de huisartsen sinds 2006 worden betaald. Om nog meer inkomsten te genereren hangt er met ingang van 2009 ook een prijskaartje aan het accrediteren van cursussen. Sinds 2010 draagt de WIMA, de huisartsenvereniging van St. Maarten, door middel van een jaarlijkse bijdrage, eveneens bij in de kosten. Hoe gelukkig het is dat Alexandra Severing in 2009 de CAN komt versterken, wordt duidelijk als medio 2010 Dick plotseling ernstig ziek wordt en hij komt te overlijden. De CAN moet verder zonder zijn bevlogen inzet. Hetty en Alexandra zetten het werk samen voort.

© 2019 CanCuracao. All Rights Reserved.